51 – SIBAJAK uitreis nr. 103

(extract-1: een uit het Sibajak-scheeps-journaal en een uit de kapiteinsbrief).

Eenmaal op de Noordzee kreeg de Sibajak te maken met een stevige wind die haar flink deed stampen en slingeren ……….. dagenlang. Het was de voorbode van een storm met zware regen- en hagelbuien op de Middellandse Zee. Op donderdag 5 december noteerde de wachtdoende (1e officier in het scheepsjournaal:

Middellandsche Zee

5 december 1946
Aanschietende zee, matige N-W deining. Plotseling toenemend tot hooge deining. Aanvankelijk slingerend schip tusschen 150 á 200. Bij slecht zicht verkenning per radar. Vanaf 7u45 uur plotseling zwaarder overhalend schip. Verminderden vaart met de bedoeling om bij te draaien, ten eerste omdat de wind toenam en ten tweede omdat de doorvaart door Galita Channel onder deze weersomstandigheden onmogelijk was. Tijdens het vaart minderen helde het schip plotseling zwaar over van BB naar SB ongeveer 37° naar weerszijden. Draaiden zo spoedig mogelijk bij met den kop op de wind en lagen ten 7u58 bijgedraaid. Tijdens het rondgaan om bij te draaien werd valschelijk alarm gegeven voor ‘man overboord’. Tengevolge daarvan werden twee reddingboeien met licht overboord geworpen

Extract-2: Kapiteinsbrief gezagvoerder C.H. Vellenga, de dato 12 december 1946, vanuit Suez:

Door het plotseling zwaar en kort slingeren van het schip braken de sjorringen van de vier grote vlotten die bij luik 4 aan dek waren vastgemaakt, waardoor de vlotten gingen schuiven. Een militair die daar juist langs liep, raakte met zijn voet ernstig beklemd. Zodra het schip iets rustiger lag door het bijdraaien, kon men met de scheepskraan de vlotten weghieuwen en de militair bevrijden, waarna hij ge- neeskundige behandeling kreeg. De schuivende vlotten brachten ook aanzienlijke schade toe aan luchtkokers en trappen.

In de voormalige 2e klasse eetsalon zaten militairen juist aan het ontbijt, toen het schip zo hevig slingerde. Zij grepen zich allen aan de messtafels vast, waardoor er zeven van de veertien losbraken, vier aan SB en drie aan BB. Alle tafels schoven – met de eraan zittende soldaten – door en op elkaar. Vele militairen liepen daardoor ernstige verwondingen op. De slachtoffers werden direct door de leger- artsen zoveel mogelijk behandeld.

In de rooksalon (voormalige 1e klasse) raakte het gesjorde meubilair los en ging schuiven, waardoor de heer A.L. Steenbeek die als passagier meevoer en bestemd was als hoofdmachinist voor het ms Bonaire, tamelijk ernstig gewond raakte. Ook elders op het schip raakten enige andere passagiers en enkele leden van de equipage verwond.

Het vals alarm ‘man overboord’ was veroorzaakt, doordat bij het inslaan van een zee in de dienstgang aan stuurboord de matroos o/g A.J. Zonnewijle wegsloeg en men dacht, dat hij overboord was geslagen. De matroos kwam er evenwel met enkele kneuzingen aan zijn enkel van af.

Om 9u15 ontving de brug bericht, dat een van de zwaar gewonde militairen aan zijn inwendige bloedingen was overleden: de 21-jarige Johannes Adrianus Huiberts van het 1e Reserve Lichte Infanterie Bataljons, legernummer: 251203141, lichting 1945, laatst gedomicileerd te Obdam. De storm hield zodanig in hevigheid aan, dat de Sibajak ruim een vol etmaal bijgedraaid moest blijven liggen, alvorens zij weer – nog steeds met noodweer en zeer zware zee – met volle kracht kon gaan varen. Die zee was nog zo zwaar, dat hij vrijdag 6 december tijdens de plat- voetwacht, om ongeveer 17u00, een patrijspoort in de hut van de matroos-kabel- gast insloeg, waardoor deze hut veel water naar binnen kreeg.

Diezelfde dag werd scheepsraad gehouden, waarin men bepaalde, ten behoeve van het levensbehoud van enkele gewonde militairen, zo snel mogelijk de haven- plaats Valetta-Malta te zullen aanlopen. Zulks geschiedde en tijdens de achter- middagwacht van zaterdag de 7e december meerde het schip af te Valetta. Diverse autoriteiten kwamen aan boord voor overleg. Daarna gingen de ernstig gewonden van boord ten behoeve van opname in een militair hospitaal: de soldaten J.S. van Nierop, M. Gaans en J.W. ten Have, alsmede sergeant M.H. van der Ploeg. Daarna gaf men rond 17u30 het gekiste stoffelijk overschot van soldaat Huiberts van boord. Dit ging gepaard met militair en godsdienstig ceremonieel. De volgende morgen om 10 uur ‘s ochtends werd de overledene op Malta begraven. Toen was het schip de haven reeds uitgevaren en had de – nog steeds aanschietende – zee weer opgezocht.

Lloyd-Atelier 16 mei 2026